Transitievergoeding berekenen
Volgens de wettelijke formule, bijgewerkt voor 2026.
Je transitievergoeding
Vul je datums en bruto maandsalaris in om je bedrag te zien.
Dit is de wettelijke berekening. Afspraken in een vaststellingsovereenkomst kunnen afwijken.
Peiljaar 2026
Hoe is dit berekend?
Vul hierboven je gegevens in. Dan tonen we hier de berekening stap voor stap met jouw eigen cijfers.
Hoe bereken je de transitievergoeding in 2026?
De transitievergoeding is een derde bruto maandsalaris voor elk heel dienstjaar dat je bij je werkgever hebt gewerkt, gerekend vanaf je eerste werkdag. Over het deel korter dan een heel jaar reken je naar rato: per volledige maand 1/36 van het maandsalaris, per resterende dag 1/1095. De 1/3 per dienstjaar staat zo bij de Rijksoverheid; de uitwerking per maand (1/36) en per dag (1/1095) is de gangbare toepassing van die formule. De rekenmodule hierboven doet deze stappen automatisch.
Wat is de maximale transitievergoeding in 2026?
Het wettelijk maximum is per 1 januari 2026 vastgesteld op EUR 102.000 bruto. Verdien je meer dan dat per jaar, dan is het maximum gelijk aan een heel bruto jaarsalaris. Dit bedrag wordt jaarlijks geïndexeerd; in 2025 was het EUR 98.000. Bron: Rijksoverheid. Wie precies wil zien hoe het bedrag is opgebouwd, kan de stap Hoe is dit berekend onder de uitkomst openklappen.
Telt mijn tijdelijke contract mee voor de transitievergoeding?
Ja. Sinds 2020 heb je vanaf je eerste werkdag recht op transitievergoeding, ook bij een tijdelijk contract dat niet wordt verlengd. Opeenvolgende contracten bij dezelfde werkgever met tussenpozen van maximaal zes maanden tellen samen als een dienstverband. De tussenpozen zelf tellen niet mee voor de opbouw. Deze rekenhulp telt de kalendertijd tussen je twee datums: had je tussenpozen, dan valt de wettelijke vergoeding iets lager uit dan hier getoond.
Heb ik recht op transitievergoeding bij ontslag in proeftijd of via een vaststellingsovereenkomst?
Word je in de proeftijd ontslagen, dan heb je ook recht op transitievergoeding: het recht bestaat sinds 2020 vanaf je eerste werkdag. Over een paar dagen of weken werk gaat het wel om een klein bedrag. Bij een vaststellingsovereenkomst is de vergoeding niet wettelijk voorgeschreven maar onderhandelbaar; het bedrag hieronder is je wettelijke ijkpunt. Zie de uitleg over ontslag bij de Rijksoverheid. Laat je bij een vaststellingsovereenkomst altijd juridisch adviseren voordat je tekent.
Welk bruto maandsalaris telt mee?
Je begint met je kale bruto maandsalaris. Daar tel je 8 procent vakantiegeld bij op, plus 1/12 van een vaste eindejaarsuitkering of 13e maand als je die hebt. Variabele beloning zoals bonus of winstuitkering telt mee voor 1/36 van het totaal over de laatste drie jaar. Je vult deze onderdelen in bij Meer looncomponenten, zodat het maandinkomen klopt met het wettelijk loonbegrip.
Wanneer moet de transitievergoeding betaald zijn?
Je werkgever moet de transitievergoeding uiterlijk een maand na het einde van je dienstverband betalen. Gebeurt dat niet, dan kun je bij de kantonrechter wettelijke rente vorderen. De vordering vervalt drie maanden na de einddatum, dus wacht niet te lang. Meer over je rechten bij ontslag lees je bij de Rijksoverheid.
Is de transitievergoeding bruto of netto en hoeveel belasting gaat eraf?
De transitievergoeding is altijd een brutobedrag. Je werkgever houdt er loonheffing op in volgens het bijzonder tarief, met de groene tabel voor bijzondere beloningen: fiscaal telt de vergoeding als loon uit vroegere dienstbetrekking, niet als gewoon salaris uit de witte tabel. In die groene tabel zit geen arbeidskorting, dus de inhouding is vaak hoger dan je van je loonstrook gewend bent. Bron: Belastingdienst.
Hoeveel er precies af gaat, hangt af van je jaarloon. In 2026 zijn de standaardtarieven 35,75 procent tot een jaarloon van EUR 38.884, dan 37,56 procent, en 49,50 procent vanaf EUR 78.427; past je werkgever de loonheffingskorting toe, dan komt daar bij een middeninkomen een verrekeningspercentage van 6,40 bovenop. Een indicatief voorbeeld: bij een jaarloon van EUR 45.000 met loonheffingskorting houdt je werkgever op een vergoeding van EUR 10.000 ongeveer EUR 4.400 in en houd je circa EUR 5.600 over. De definitieve afrekening loopt via je aangifte inkomstenbelasting; daar staat het bedrag vooraf ingevuld bij pensioen en andere uitkeringen. Vaak krijg je een aparte jaaropgave, omdat je werkgever de vergoeding los van je gewone loon moet aangeven.
De vergoeding telt in het jaar van uitbetaling ook mee met je toetsingsinkomen en kan dus je huurtoeslag of zorgtoeslag over dat jaar verlagen. Meer netto overhouden is maar beperkt te sturen: de middelingsregeling is per 1 januari 2023 vervallen, met 2022 tot en met 2024 als laatste tijdvak, dus een vergoeding uit 2026 uitsmeren over meerdere jaren kan niet meer. Wat soms wel scheelt: je werkgever betaalt scholing of outplacement rechtstreeks, zodat dat deel niet als loon bij jou belast wordt. Laat zo'n afspraak in een vaststellingsovereenkomst altijd fiscaal en juridisch toetsen. Voor werkgevers bestaat daarnaast een aparte compensatieregeling voor betaalde transitievergoedingen, met eigen voorwaarden en een lopende wetswijziging.
Telt de transitievergoeding als inkomen voor je WW- of WIA-uitkering?
Nee. Volgens UWV hoef je de transitievergoeding niet door te geven als inkomsten bij een WW-, IOW-, WIA-, WAO-, Wajong- of Ziektewet-uitkering. De vergoeding wordt niet met je uitkering verrekend en maakt je WW niet korter of lager. Je ontvangt de vergoeding en je uitkering dus gewoon naast elkaar.
Let wel op de ingangsdatum van je WW. Eindigt je contract via een vaststellingsovereenkomst en sluit de einddatum niet aan op de geldende opzegtermijn, dan kan UWV een fictieve opzegtermijn toepassen, waardoor je WW later ingaat. Dat ligt aan de gekozen einddatum, niet aan de vergoeding zelf.
De bijstand werkt anders. Voor de Participatiewet telt een transitievergoeding wel mee: rechters hebben geoordeeld dat de gemeente de vergoeding als inkomen mag aanmerken en mag verrekenen met een bijstandsuitkering. En wat je van de vergoeding spaart, kan later meetellen voor vermogensgrenzen, bijvoorbeeld bij toeslagen of een latere bijstandsaanvraag. Vraag bij je gemeente na wat er in jouw situatie geldt.
Geldt er nog een hogere transitievergoeding voor 50-plussers?
Nee, die regeling bestaat niet meer. Tot 1 januari 2020 bouwden werknemers van 50 jaar en ouder met minstens tien dienstjaren sneller op: een half maandsalaris per half dienstjaar na hun vijftigste. Dat overgangsartikel is vervallen. Sindsdien geldt voor iedereen dezelfde formule, hoe oud je ook bent.
Ook voor 55-plussers en 60-plussers is de berekening dus gelijk aan die van elke andere werknemer: een derde bruto maandsalaris per dienstjaar, precies wat de rekenhulp hierboven doet. Kom je online nog tabellen tegen met een hogere opbouw voor ouderen, dan kijk je naar een verouderde pagina van voor 2020. Eén uitzondering aan de bovenkant: word je ontslagen omdat je de AOW-leeftijd of een andere pensioengerechtigde leeftijd hebt bereikt, dan heb je volgens de Rijksoverheid geen recht op een transitievergoeding.
Wat verandert er per 1 juli 2026 aan de transitievergoeding?
Voor jou als werknemer: niets. De formule en de opbouw wijzigen niet per 1 juli 2026. De laatste echte wijziging was op 1 januari 2026, toen het wettelijk maximum steeg naar EUR 102.000. Zoek je op deze datum, dan vind je vrijwel altijd een plan dat werkgevers raakt, niet werknemers.
Dat plan is het wetsvoorstel over de compensatieregeling: UWV vergoedt werkgevers nu de transitievergoeding na ontslag wegens langdurige arbeidsongeschiktheid, en het kabinet wilde die compensatie per 1 juli 2026 beperken tot kleine werkgevers. Die datum is niet gehaald. De invoering is uitgesteld en het kabinet stelde op 29 mei 2026 voor om de compensatieregelingen per 1 januari 2027 helemaal af te schaffen; het voorstel is in behandeling bij de Tweede Kamer en dus nog geen wet.
En de berichten dat de transitievergoeding stopt of wordt afgeschaft? Jouw recht op de vergoeding blijft bestaan. Het kabinet heeft wel een hervorming aangekondigd waarbij werkgevers die aantoonbaar in om- en bijscholing investeren op termijn minder of geen transitievergoeding hoeven te betalen, maar ook dat is een aankondiging, geen wet. Stand: 3 juli 2026.